Avontuurlijk Reizen

Europa heeft nu zijn eigen safari, met wolven en bizons

· 4 min leestijd

Je kent het ritueel wel: een lange vlucht naar Kenia of Tanzania, een jeep vol toeristen en een leeuw die op honderd meter afstand ligt te slapen. Dat is niet meer de enige manier om wilde dieren in hun eigen leefgebied te zien. Steeds meer reizigers kiezen voor een rewilding-vakantie, dichter bij huis, met wolven in Zweden of wisenten in Roemenië als hoofdrolspelers. Het aantal boekingen voor dit soort reizen groeide het afgelopen jaar met 25 procent, en dat is geen toevallige piek.

Wat een rewilding-vakantie anders maakt dan een safari

Bij een klassieke safari rijd je in een jeep en wacht je af wat er voor je neus verschijnt. Een rewilding-trip werkt omgekeerd. Je gaat te voet op zoek naar sporen: pootafdrukken, uitwerpselen, haren aan een boomstam, resten van een prooi. Een gids leest die aanwijzingen en bouwt daarmee een verhaal op over waar het dier zich ophoudt. Je ziet het beest zelf misschien pas op de laatste avond, of helemaal niet, en dat is precies het punt. Het gaat om het spoor volgen, niet om het dier in een kooitje op de foto zetten.

De term "rewilding" komt uit de natuurbescherming en betekent dat gebieden hun oorspronkelijke, wilde karakter terugkrijgen: grote planteneters en roofdieren die terugkeren, bossen die zich zonder menselijke sturing herstellen. De internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN noemt het een van de meest kansrijke manieren om verloren biodiversiteit terug te krijgen. Toerisme is daar een nuttig bijproduct van: geld dat binnenkomt via gidsen en lodges maakt het voor lokale gemeenschappen de moeite waard om een wolf te laten leven in plaats van af te schieten.

Wolven spotten in de Zweedse bossen

In de bossen rond Köping, een paar uur ten westen van Stockholm, runt gids Marcus Eldh al jaren tochten waarbij gasten op zoek gaan naar sporen van wilde wolven. Overdag struin je door het kreupelhout op zoek naar pootafdrukken en gegnaagde botten, 's avonds trek je met een zaklamp het donker in om te luisteren naar gehuil. Een dagtocht vanuit Stockholm kost ongeveer 1.900 Zweedse kroon, zo'n 165 euro, een driedaags verblijf met overnachtingen in een blokhut is uitgebreider en duurder.

Wat deze tochten extra betekenis geeft, is het Zweedse allemansrecht: het recht om vrij door de natuur te trekken en er zelfs gratis te overnachten, zolang je respectvol met het land omgaat. Wil je na een dag speuren zelf ook een nacht in de wildernis doorbrengen? Dat kan, en hoe dat precies werkt lees je in ons artikel over wildkamperen in Scandinavië.

Wisenten tracken in de Roemeense Karpaten

Zweden heeft wolven, Roemenië heeft wisenten. In de zuidelijke Karpaten, in het Țarcu-gebergte, zijn tussen 2014 en nu meer dan honderd Europese wisenten uitgezet. Het is de grootste wilde Europese bizonpopulatie van het continent geworden, met inmiddels enkele honderden dieren die zich vrij door de bergen bewegen. Lokale gidsen, vaak voormalige herders die nu natuurgids zijn geworden, nemen kleine groepjes mee op meerdaagse trektochten waarbij je op meerdere kilometers afstand met een verrekijker naar de kudde kijkt. Dichterbij komen mag niet, en dat is maar goed ook: een volwassen wisent weegt makkelijk 800 kilo.

Het mooie aan deze trektochten is dat ze zich afspelen in een landschap dat zelf ook herstelt. Waar dertig jaar geleden nog kaalgekapte hellingen lagen, groeit nu weer bos, en met het bos keren ook lynxen en bruine beren terug. Je ziet die dieren zelden, maar de sporen die een gids je laat zien, maken duidelijk dat ze er wel degelijk zijn.

Waarom dit goedkoper en toegankelijker is dan een Afrikaanse safari

Een safari in Oost-Afrika betekent al snel een vlucht van negen tot twaalf uur, een visum en een lodge die honderden euro's per nacht kost. Een rewilding-trip in Europa ligt op twee tot vier uur vliegen, kent geen visumplicht binnen de EU en is daardoor voor veel meer mensen haalbaar, ook qua tijd. Een lang weekend is genoeg om wolvensporen te zoeken in Zweden, een week geeft je ruimte voor een volledige wisenttrek in Roemenië.

Die verschuiving naar avontuur dichter bij huis past in een bredere trend. Ook bikepacken door Europa en via ferrata-routes in de Dolomieten trekken dit jaar meer mensen dan ooit. De gemene deler: fysieke inspanning, geen overvolle toeristenbus, en een gevoel dat je iets verdient in plaats van dat je het gewoon koopt.

Zo pak je je eerste rewilding-trip aan

Boek bij een lokale gids of een kleine, gespecialiseerde organisatie, niet bij een grote touroperator die alleen het label overneemt zonder de werkwijze. Vraag vooraf hoe de groep met het dier omgaat: houdt de gids afstand, wordt er niet gevoerd, blijft de groep klein? Reken op stevig wandelen, soms urenlang, en pak laagjes in, want in de vroege ochtend in de Zweedse bossen of hoog in de Roemeense bergen kan het fris zijn, ook in de zomer. En stel je mentaal in op de mogelijkheid dat je het dier niet ziet. De sporen, het landschap en het gevoel dat je door een plek trekt die weer wild aan het worden is, zijn op zichzelf al de reis waard.

S
Geschreven door Sanne Molenaar Reisblogger & avonturier

Sanne is een reisblogger die al in meer dan 65 landen is geweest en geen plannen heeft om te stoppen. Ze begon met backpacken op haar negentiende en werkte onderweg als duikinstructeur, hostelmedewerker en zelfs als figurant in een Bollywood-film. Sanne reist het liefst langzaam en blijft minstens een maand op elke plek om echt te begrijpen hoe mensen daar leven. Haar koffers zitten altijd vol met lokale kruiden en specerijen die ze meeneemt als souvenirs. Op TravellersWorld schrijft ze over avontuurlijk reizen en de menselijke verhalen achter bestemmingen.