Avontuurlijk Reizen

Bikepacken is goedkoper en spannender dan je denkt

· 6 min leestijd

Een tent op de bagagedrager, een paar tassen aan het frame en een route die je onderweg mag aanpassen. Dat is bikepacken in de kern, en het is de laatste jaren flink gegroeid onder Nederlandse en Belgische reizigers die genoeg hebben van dichtgeplande hotelvakanties. Je fietst overdag, je slaapt waar het uitkomt, en de enige planning die echt telt is: waar ligt de volgende supermarkt.

Wat bikepacken anders maakt dan een gewone fietsvakantie

Bij een klassieke fietsvakantie boek je vooraf hotels of campings en volg je een vaste route met dagetappes op de kaart. Bikepacken werkt losser. Je bagage zit in compacte frametassen en een zadeltas in plaats van grote fietstassen, waardoor je ook off-road en over smalle paden kunt. De meeste bikepackers kiezen een gravelbike of mountainbike, precies omdat je dan niet vastzit aan geasfalteerde fietspaden. Het concept komt oorspronkelijk uit de Verenigde Staten en Schotland, waar wielrenners lange-afstandsroutes combineerden met kamperen, zoals Wikipedia over de geschiedenis van bikepacking beschrijft. Het scheelt bovendien flink in kosten: geen hotelrekeningen, alleen een tent, een campingplek of soms een boerderij die je onderweg tegenkomt.

Wil je eerst wennen aan slapen in de natuur voordat je op de fiets stapt? Lees dan ons artikel over wildkamperen in Scandinavië, want de regels rond een nacht buitenslapen verschillen enorm per land.

Deze routes zijn ideaal voor je eerste tocht

Begin niet met een berg. De EuroVelo 12, ook wel de Noordzeeroute genoemd, loopt vanaf Amsterdam via Gent en Brugge langs vlak, goed bewegwijzerd terrein en is daarmee een van de meest toegankelijke starters in West-Europa. Wie liever aan zee blijft, kan de Ostseeküstenradweg proberen: de kuststrook tussen Flensburg en het eiland Usedom, grotendeels vlak en voorzien van campings op fietsafstand van elkaar. Voel je je na een paar dagen zekerder, dan is de route rond het Meer van Genève een logische volgende stap, met wat meer hoogtemeters maar nog altijd goed te overzien voor beginners.

Vermijd bij je eerste tocht een route met een Alpenafdaling of lange onverharde bergpassages. Kies bewust een traject met makkelijk bereikbare start- en eindpunten, zodat je op elk moment met de trein terug kunt als het weer of je conditie tegenzit.

Reken voor je eerste dagen op 40 tot 60 kilometer per dag, ook als je normaal een stuk verder komt op een racefiets zonder bagage. Met tent, kookspullen en kleding erbij voelt elke helling zwaarder aan, en je wilt genoeg energie overhouden om 's avonds nog een slaapplek te vinden. Bouw liever een rustdag in na drie fietsdagen dan dat je jezelf de eerste week al uitput.

Test je volledige uitrusting bovendien minstens één keer dicht bij huis, inclusief een nacht in de tent. Zo ontdek je vooraf of je zadeltas blijft schuiven of dat je slaapmat te koud aanvoelt, in plaats van dat je daar op honderden kilometers van huis achter komt.

De uitrusting die je echt nodig hebt

De meeste ervaren bikepackers houden hun totale bagage tussen de 7 en 9 kilo, en voor een eerste tocht is 8 tot 10 kilo een realistisch startpunt. Meer neem je vaak niet mee, minder heb je onderweg nodig dan je denkt. Onmisbaar is een lichte, compacte tent of een bivakzak voor wie het simpel wil houden, een slaapmat die klein oppakt, en minstens twee reservebinnenbanden. Schwalbe-binnenbanden worden vaak aangeraden omdat ze standaard zijn op veel gravel- en mountainbikes en dus makkelijk te vervangen zijn onderweg.

Pak daarnaast een lichte regenjas en een dun windjack in, ook als de weersvoorspelling goed uitziet. Het weer langs een kustroute of in de bergen slaat sneller om dan je op de app ziet. Ben je toch bang iets te vergeten, kijk dan naar onze tips voor slim inpakken, die gaan over precies dit dilemma tussen te veel en te weinig meenemen.

Praktische zaken die je vooraf regelt

Zorg voor een goede navigatie-app die offline kaarten opslaat, want niet elke landweg heeft bereik. Onderweg wil je bovendien niet afhankelijk zijn van dure roaming-bundels. Overweeg daarom vooraf een eSIM te regelen voor je vakantie, zodat je in elk land internet hebt zonder je telefoonabonnement te belasten.

Check ook vooraf de regels voor kamperen in het land waar je doorheen fietst. In Scandinavië mag je dankzij het allemansrecht vrijwel overal een nacht je tent opzetten, maar in Duitsland, Frankrijk of België ligt dat strenger en is wildkamperen vaak alleen toegestaan met toestemming van de grondeigenaar. Een paar boerencampings of officiële bikepacking-spots vooraf opzoeken bespaart je onderweg een hoop discussie.

Waarom dit de goedkoopste manier is om verder te komen

Bikepacken kost weinig, vraagt geen dure uitrusting die je maar één keer gebruikt en dwingt je om elke dag opnieuw te kiezen hoe ver je komt. Dat is precies waarom het aanslaat bij reizigers die minder vastgeroeste vakanties willen: geen vaste hotelketen, geen strak schema, wel een route die zich elke ochtend opnieuw aanpast aan wat je aankan. Begin met een weekend op een vlak traject, kijk hoe je lichaam en je bagage zich houden, en breid daarna pas uit naar een langere tocht. De eerste nacht in je eigen tent, ergens langs een fietsroute die je zelf hebt uitgestippeld, is meestal het moment waarop je beslist of dit vaker gaat gebeuren.

S
Geschreven door Sanne Molenaar Reisblogger & avonturier

Sanne is een reisblogger die al in meer dan 65 landen is geweest en geen plannen heeft om te stoppen. Ze begon met backpacken op haar negentiende en werkte onderweg als duikinstructeur, hostelmedewerker en zelfs als figurant in een Bollywood-film. Sanne reist het liefst langzaam en blijft minstens een maand op elke plek om echt te begrijpen hoe mensen daar leven. Haar koffers zitten altijd vol met lokale kruiden en specerijen die ze meeneemt als souvenirs. Op TravellersWorld schrijft ze over avontuurlijk reizen en de menselijke verhalen achter bestemmingen.