Stedentrips

Waarom iedereen nu naar Tbilisi vliegt

· 5 min leestijd

Vorig jaar kenden weinig Nederlanders de Georgische hoofdstad van naam. Nu staat Tbilisi op vrijwel elke trending-lijst die reisbloggers en reisredacties publiceren, en niet voor niets. De stad biedt wat populaire bestemmingen als Porto en Bilbao steeds moeilijker kunnen geven: een cultuur die je niet na een middag hebt gezien, prijzen die je niet het gevoel geven dat je voor jezelf moet werken om ze te betalen, en een energie die volledig op zichzelf staat.

Tbilisi ligt precies op het snijvlak van Europa, het Midden-Oosten en Centraal-Azië, en die mengeling zie je overal terug - in de architectuur, het eten, de mensen en de manier waarop de stad met zichzelf omgaat. Dat is geen marketingpraatje, maar gewoon wat er gebeurt als je er doorheen loopt.

Drie culturen op één plek

De Georgische geschiedenis is een verhaal van verovering en overleven. Perzische, Ottomaanse en Russische invloeden lieten allemaal hun sporen na in Tbilisi, en dat zie je terug in de stadswijk Abanotubani, in de koepels van de Sioni-kathedraal en in de houten balkons van de huizen in de oude stad. Die balkons - kenmerkend voor Tbilisi - zijn stuk voor stuk anders, gebouwd naar het ritme van de eigenaar, niet van de architect.

Het gevolg is een stad die er bij elke stap anders uitziet. Van de moderne Vredesbrug, een stalen glazen boog over de Mtkvari-rivier, loop je in tien minuten naar middeleeuwse kerkjes en van daar naar wijnbars waar gesprekken worden gevoerd die je niet begrijpt, maar waarvan je de hartelijkheid wel voelt.

De oudste wijntraditie ter wereld

Georgië geldt als de bakermat van de wijn. Opgravingen tonen aan dat mensen hier al zo'n 8.000 jaar geleden wijn maakten in aardenwerken kruiken, qvevri genaamd. Die traditie bestaat nog steeds: in de stad vind je wijnbars die Georgische wijn serveren die niets lijkt op wat je in een Nederlandse slijterij koopt. De oranje wijnen - gemaakt met een lange schilcontact - zijn bijzonder populair en smaken als iets dat ergens tussen witte en rode wijn in zit.

Erbij eten doe je zo goedkoop dat je er twee dagen van kunt leven zonder je budget te voelen. Khachapuri is het nationale gerecht: een gevuld brood met kaas, boter en soms een ei. Khinkali zijn soepknoedels die je met je handen eet, één voor één, door de onderkant te bijten en de bouillon op te drinken voor je verder gaat. Beide zijn zo goed en zo goedkoop dat elke maaltijd een beetje op een ontdekking lijkt.

Zwavelbaden als hoogtepunt van je trip

Tbilisi dankt zijn naam aan het Georgische woord voor "warm", een verwijzing naar de zwavelbronnen onder de stad. In de wijk Abanotubani, herkenbaar aan de koepelvormige gebouwen, liggen de beroemde zwavelbaden. Je kunt er privécabines huren voor een uur of twee, voor nog geen vijftien euro per persoon. Het water heeft een temperatuur van rond de 37 graden en ruikt naar zwavel. Dat went snel.

Een bezoek aan de baden heeft weinig te maken met de stedentrip-brochure, en alles met de plek zelf. Locals komen er al eeuwen, en dat merk je aan de sfeer: geen toeristentickets aan de deur, geen wachtrijen van groepen, gewoon mensen die er al zijn.

De Narikala-burcht en het uitzicht over de stad

Boven de oude stad staat de Narikala-burcht, een fort uit de vierde eeuw dat je met een kabelbaan bereikt. Bovenaan kijk je uit over een stad die de grenzen van haar eigen chaos op indrukwekkende manier heeft omhelsd: minaretten en kerktorens die naast elkaar staan, baksteenhuizen met houten balkons die langzaam verzakken maar overeind blijven, en een rivier die de boel doorsnijdt zonder dat iemand er moeite mee lijkt te hebben.

Vlak bij het fort staat het standbeeld Kartlis Deda, de Moeder van Georgië, elf meter hoog en zichtbaar van bijna overal in de stad. Het beeld houdt een schaal wijn in de ene hand en een zwaard in de andere - een beeld dat de Georgische mentaliteit goed samenvat: gastvrijheid voor wie met vriendelijkheid komt, vastberadenheid voor wie dat niet doet.

Wat het kost en hoe je er komt

Nederlanders vliegen op Tbilisi via Wenen (Austrian Airlines), Istanbul (Turkish Airlines) of Brussel. Een retourtje vanuit Amsterdam kost gemiddeld tussen de 180 en 300 euro, afhankelijk van wanneer je boekt. Vier nachten verblijf in een goed hotel in het centrum kost zo'n 120 tot 200 euro. Tel daarbij eten en activiteiten op en je zit op een totaalbudget van ruwweg 450 euro per persoon - fors minder dan een vergelijkbare reis naar Lissabon of Barcelona.

Een visum is niet nodig. Met een geldig paspoort mogen Nederlanders tot 365 dagen in Georgië verblijven. Wel is sinds 2026 een geldige reisverzekering verplicht; die kan bij aankomst worden gevraagd, dus zorg dat je die bij je hebt. De ANWB plaatste Tbilisi recent in hun overzicht van verrassende Europese steden, wat aangeeft dat de stad ook buiten de reismedia de aandacht begint te trekken.

De beste reistijd is april-mei of september-oktober. In de zomer loopt de temperatuur regelmatig boven de 35 graden. In voor- en najaar is het aangenaam, zo'n 20 tot 25 graden. Wil je ook de Georgische oogst meemaken? Plan dan september, als het Tbilisoba-festival de stad inneemt en de wijn vanzelf je kant op stroomt.

Nu gaan, voor iedereen het weet

Het toerisme in Georgië groeide in 2025 met ruim 8 procent, een record. Tbilisi trekt steeds meer bezoekers, maar is nog lang niet zo druk als de plekken die je al kent. Dat maakt dit het juiste moment. Steden als Porto en Oulu stonden ook jaren op trending-lijsten voor de drukte echt begon, en Tbilisi zit nu precies in die beginfase.

Als je op zoek bent naar een stedentrip met karakter maar zonder de mensenmassa's van de gevestigde hotspots, boek dan nu. Liever eerst lezen over steden die iedereen kent maar die het nog steeds waard zijn? Lees dan waarom Porto op dit moment de slimste stedentrip is, of ontdek wat Oulu tot de meest verrassende stedentrip maakte. Het patroon is hetzelfde: ga voordat de rest het weet.

S
Geschreven door Sanne Molenaar Reisblogger & avonturier

Sanne is een reisblogger die al in meer dan 65 landen is geweest en geen plannen heeft om te stoppen. Ze begon met backpacken op haar negentiende en werkte onderweg als duikinstructeur, hostelmedewerker en zelfs als figurant in een Bollywood-film. Sanne reist het liefst langzaam en blijft minstens een maand op elke plek om echt te begrijpen hoe mensen daar leven. Haar koffers zitten altijd vol met lokale kruiden en specerijen die ze meeneemt als souvenirs. Op TravellersWorld schrijft ze over avontuurlijk reizen en de menselijke verhalen achter bestemmingen.